Strijdkroniek
Het duel begint: onze held tegen Gevallen priester op verdieping 17.
Met avonturiersprecisie neemt onze held de rivaliserende dame op A3.
Remise. De kerker bewaart de namen van onze held en Gevallen priester.
Laden…
De strijd, zet voor zet
onze held zet schaak met het toren op H8.
Vanuit het duister duwt Gevallen priester het toren naar F8. onze held claimt de vijandelijke dame door op A3 te landen.
Gevallen priester zet schaak met het paard op D3.
onze held schuift het koning over het bord, van E1 naar E2. Een wrede klap: het toren van Gevallen priester slaat de toren van onze held op H8.
onze held slaat de pion op A4 en zet Gevallen priester schaak.
Het koning van Gevallen priester rukt op van E8 naar F7. onze held zet het dame van A4 naar D7; dan gevallen priester zet het toren op H1, elk veld in het oog houdend.
onze held claimt de vijandelijke loper door op A7 te landen.
Vanuit het duister duwt Gevallen priester het toren naar H6. onze held slaat de vijandelijke pion: het dame springt van A7 naar B6.
Een wrede klap: het toren van Gevallen priester slaat de dame van onze held op B6.
onze held claimt de vijandelijke pion door op C5 te landen.
Het paard van Gevallen priester valt op C5 en rukt de loper van onze held weg.
Met vaste hand brengt onze held het toren naar D1; dan het koning van Gevallen priester rukt op van F7 naar F6. onze held claimt de vijandelijke pion door op D5 te landen.
In dat ogenblik, Rugsteek: een van de stukken van Gevallen priester verdwijnt spoorloos.
Gevallen priester zet het toren op B1, elk veld in het oog houdend. Zonder haast of vrees plaatst onze held het paard op F3. Gevallen priester zet schaak met het toren op B2.
Het koning van onze held neemt F1 in, E2 blijft achter, en gevallen priester antwoordt door het toren van B2 naar H2 te zetten. onze held slaat de vijandelijke toren: het paard springt van F3 naar H2.
Met kerkerlist brengt Gevallen priester het pion naar E6, en kort daarna met vaste hand brengt onze held het toren naar D8. Het koning van Gevallen priester rukt op van F6 naar E7; dan onze held zet het toren van D8 naar A8.
Gevallen priester zet het pion op E5, elk veld in het oog houdend. onze held claimt de vijandelijke pion door op A5 te landen.
Vanuit het duister duwt Gevallen priester het pion naar C3. Het toren van onze held neemt A3 in, A5 blijft achter, terwijl gevallen priester antwoordt door het pion van C3 naar C2 te zetten.
onze held schuift het toren over het bord, van A3 naar C3. Vanuit de schaduwen, Rugsteek. Gevallen priester verliest een stuk aan onze held's lem.
Met kerkerlist brengt Gevallen priester het koning naar F7. Met vaste hand brengt onze held het toren naar C5, en kort daarna het koning van Gevallen priester rukt op van F7 naar E7.
onze held slaat de pion op E5 en zet Gevallen priester schaak.
Gevallen priester zet het koning op D6, elk veld in het oog houdend, terwijl zonder haast of vrees plaatst onze held het toren op F5. Vanuit het duister duwt Gevallen priester het koning naar C7.
onze held claimt de vijandelijke pion door op F4 te landen.
Gevallen priester antwoordt door het koning van C7 naar D6 te zetten. onze held schuift het pion over het bord, van A2 naar A3, en kort daarna met kerkerlist brengt Gevallen priester het koning naar C7.
Met vaste hand brengt onze held het pion naar A4; dan het koning van Gevallen priester rukt op van C7 naar D7. onze held zet het pion van A4 naar A5.
Gevallen priester zet het koning op D6, elk veld in het oog houdend, en zonder haast of vrees plaatst onze held het pion op A6. Vanuit het duister duwt Gevallen priester het koning naar C7, terwijl het pion van onze held neemt A7 in, A6 blijft achter.
Gevallen priester antwoordt door het koning van C7 naar B7 te zetten. onze held zet schaak met het toren op F7.
Met kerkerlist brengt Gevallen priester het koning naar A8. Met vaste hand brengt onze held het paard naar F3.
Noch onze held noch Gevallen priester claimt de overwinning. Remise op het bord.