Strijdkroniek

onze held zet de stukken op tegen Geest. De kerker kijkt zwijgend toe.

onze held antwoordt met woede: de koning springt van D1 naar E1 en slaat de vijandelijke toren.

Uiteindelijk levert onze held schaakmat en Geest vlucht van het bord.

Laden…

De strijd, zet voor zet

Vanaf H5 dwingt het dame van onze held Geest tot verdedigen.

Geest zet het koning op D8, elk veld in het oog houdend. Schaak: onze held trekt het net aan door het dame naar H8 te brengen.

Vanuit het duister duwt Geest het koning naar D7; dan het dame van onze held neemt B8 in, H8 blijft achter. Geest slaat de pion op D2 en zet onze held schaak.

Van C1 naar D2 verslindt het loper van onze held de loper van Geest.

Geest zet het pion van A3 naar B2 en slaat de pion van onze held omver.

Een zuivere slag: het dame van onze held slaat de pion omver op B2.

Het koning van Geest rukt op van D7 naar C8. Van D2 naar E3 verslindt het loper van onze held de pion van Geest.

Geest zet het pion op G4, elk veld in het oog houdend; dan zonder haast of vrees plaatst onze held het dame op B6. Vanuit het duister duwt Geest het toren naar C3.

Schaak: onze held trekt het net aan door het toren naar H8 te brengen.

Geest antwoordt door het loper van E7 naar F8 te zetten. Door de loper op F8 te nemen, drijft onze held Geest in schaak.

Met kerkerlist brengt Geest het koning naar D7. Door de toren op A7 te nemen, drijft onze held Geest in schaak.

Het koning van Geest rukt op van D7 naar C6. Schaak: onze held trekt het net aan door het toren naar C8 te brengen.

Geest zet het koning op D5, elk veld in het oog houdend, en kort daarna zonder haast of vrees plaatst onze held het loper op F2. Vanuit het duister duwt Geest het pion naar G3.

Een zuivere slag: het loper van onze held slaat de pion omver op G3.

Geest zet schaak met het toren op E3.

onze held schuift het loper over het bord, van F1 naar E2. Het paard van Geest bereikt F3 en bedreigt de koning van onze held.

Met vaste hand brengt onze held het koning naar D1, terwijl het paard van Geest rukt op van F3 naar D4. Van G3 naar D6 verslindt het loper van onze held de pion van Geest.

Geest zet het paard op F5, elk veld in het oog houdend. Door de pion op C5 te nemen, drijft onze held Geest in schaak.

Vanuit het duister duwt Geest het koning naar E4. onze held zet schaak met het dame op C4.

Geest antwoordt door het paard van F5 naar D4 te zetten. Een zuivere slag: het dame van onze held slaat de pion omver op A4.

Geest rukt op naar E2 en claimt onze loper.

Met vaste hand brengt onze held het toren naar E8, en het koning van Geest rukt op van E4 naar F5. Een zuivere slag: het dame van onze held slaat de paard omver op D4.

Schaak van Geest: het toren plant zich op E1.

Van D1 naar E1 verslindt het koning van onze held de toren van Geest.

Vanuit het duister duwt Geest het pion naar E5. Door de pion op E5 te nemen, drijft onze held Geest in schaak.

Geest antwoordt door het koning van F5 naar G6 te zetten. onze held zet schaak met het toren op G8.

Met kerkerlist brengt Geest het koning naar H6. Vanaf G5 dwingt het dame van onze held Geest tot verdedigen.

Het koning van Geest rukt op van H6 naar H7. onze held levert het laatste mat vanaf G7.