Strijdkroniek

onze held zet de stukken op tegen Beenheer. De kerker kijkt zwijgend toe.

Met avonturiersprecisie neemt onze held de rivaliserende dame op G7.

Beenheer valt voor onze held's mat. De legende groeit.

Laden…

De strijd, zet voor zet

Een zuivere slag: het pion van onze held slaat de paard omver op B3.

Beenheer zet het dame op F7, elk veld in het oog houdend. Van F1 naar H3 verslindt het loper van onze held de paard van Beenheer.

Vanuit het duister duwt Beenheer het loper naar E4; dan het toren van onze held neemt H2 in, H1 blijft achter. Beenheer antwoordt door het loper van D7 naar C6 te zetten, en kort daarna onze held schuift het loper over het bord, van H3 naar G4.

Met kerkerlist brengt Beenheer het dame naar G7. Vanaf H5 dwingt het loper van onze held Beenheer tot verdedigen.

Het koning van Beenheer rukt op van E8 naar D7. onze held zet het dame van D1 naar G4, en beenheer zet het dame op H8, elk veld in het oog houdend.

Zonder haast of vrees plaatst onze held het loper op G6. Vanuit het duister duwt Beenheer het koning naar E7. Van G6 naar E4 verslindt het loper van onze held de loper van Beenheer.

Beenheer antwoordt door het dame van H8 naar G7 te zetten. Door de dame op G7 te nemen, drijft onze held Beenheer in schaak.

Met kerkerlist brengt Beenheer het koning naar D8. En het is schaakmat: onze held beëindigt het spel op A8.