Strijdkroniek
onze held zet de stukken op tegen Doodskrijger. De kerker kijkt zwijgend toe.
onze held's dame landt op H7 en verslaat Doodskrijger's dame!
Schaakmat! onze held slaat Doodskrijger omver en claimt de overwinning.
Laden…
De strijd, zet voor zet
onze held zet het dame van D1 naar E2, terwijl doodskrijger zet het toren op G4, elk veld in het oog houdend. Zonder haast of vrees plaatst onze held het toren op F1.
Doodskrijger zet het pion van C3 naar B2 en slaat de pion van onze held omver.
Een zuivere slag: het loper van onze held slaat de pion omver op B2.
Doodskrijger antwoordt door het toren van G4 naar F4 te zetten. Van F1 naar F4 verslindt het toren van onze held de toren van Doodskrijger.
Doodskrijger zet het pion van G5 naar F4 en slaat de toren van onze held omver.
Met vaste hand brengt onze held het loper naar E5, terwijl het dame van Doodskrijger rukt op van F7 naar F5. onze held zet het loper van E5 naar B8, en doodskrijger zet het koning op F7, elk veld in het oog houdend.
Een zuivere slag: het loper van onze held slaat de pion omver op A7.
Vanuit het duister duwt Doodskrijger het paard naar D7, en kort daarna het toren van onze held neemt B1 in, A1 blijft achter. Doodskrijger antwoordt door het dame van F5 naar H3 te zetten; dan onze held schuift het toren over het bord, van B1 naar B7.
Met kerkerlist brengt Doodskrijger het dame naar H6. Door de paard op D7 te nemen, drijft onze held Doodskrijger in schaak.
Het koning van Doodskrijger rukt op van F7 naar G8. onze held zet schaak met het toren op D8.
Doodskrijger zet het koning op H7, elk veld in het oog houdend, en kort daarna zonder haast of vrees plaatst onze held het toren op E8. Vanuit het duister duwt Doodskrijger het pion naar C3; dan het dame van onze held neemt A6 in, E2 blijft achter.
Doodskrijger rukt op naar H2 en claimt onze pion.
Van A6 naar E6 verslindt het dame van onze held de pion van Doodskrijger.
Schaak van Doodskrijger: het dame plant zich op G1.
Met vaste hand brengt onze held het koning naar E2, terwijl het dame van Doodskrijger rukt op van G1 naar A1. Van E6 naar D5 verslindt het dame van onze held de pion van Doodskrijger.
Het pion van Doodskrijger bereikt F3 en bedreigt de koning van onze held.
Een zuivere slag: het dame van onze held slaat de pion omver op F3.
In dat ogenblik, Rugsteek: een van de stukken van Doodskrijger verdwijnt spoorloos.
Vanuit het duister duwt Doodskrijger het dame naar B1. Van F3 naar C3 verslindt het dame van onze held de pion van Doodskrijger.
Doodskrijger zet schaak met het dame op B5.
onze held schuift het koning over het bord, van E2 naar D2. Met kerkerlist brengt Doodskrijger het dame naar F5, en met vaste hand brengt onze held het toren naar E7.
Het koning van Doodskrijger rukt op van H7 naar H6. Door de pion op G7 te nemen, drijft onze held Doodskrijger in schaak.
Doodskrijger zet het koning op H5, elk veld in het oog houdend. Schaak: onze held trekt het net aan door het dame naar H8 te brengen.
Vanuit het duister duwt Doodskrijger het dame naar H7. Door de dame op H7 te nemen, drijft onze held Doodskrijger in schaak.
Doodskrijger antwoordt door het koning van H5 naar G4 te zetten, en onze held schuift het toren over het bord, van E7 naar F7. Met kerkerlist brengt Doodskrijger het koning naar G3.
Schaak: onze held trekt het net aan door het dame naar G6 te brengen.
Het koning van Doodskrijger rukt op van G3 naar H4. En het is schaakmat: onze held beëindigt het spel op H7.